
“Sometimes we even are progressive
and we listen with attention to the Mothers of Invention”…
De Nederlandse band Supersister zou je een fenomeen
op zich kunnen noemen. De muziek is moeilijk te
vergelijken met andere bands. De stijl: Europees,
maar dan wel met invloeden van ‘buiten’: doo-wop,
Zappa/Mothers of Invention, Soft Machine, maar ook
uit klassieke hoek en dan met name Erik Satie. Lange
muziekstukken met veel solo’s afgewisseld met korte,
hilarische intermezzo’s. Songs over Nancy, een niet
bestand meisje; theevisite bij de Wenteltrapdwerg; en
teksten als sometime we even are progressive and we
listen with attention to the mothers of invention
(uit Corporation Combo Boys). Humor, gekoppeld aan
fantastische muziek en her en der ‘versierd’ met
cartoons is de ware aard van Supersister. De geest
ook van een tijd.
Nederland eind jaren zestig is een land in beweging:
regelmatig zijn jongeren in het nieuws: lang haar,
meer vrijheid, baas in eigen buik, de Provo-beweging
in Amsterdam, witte fietsen, soft-drugs, Phil Bloom,
de eerste naakte vrouw op tv, en voor velen een
voorliefde voor Science Fiction of de boeken van
Tolkien. Jongeren zetten zich af tegen de wat zij
noemen grijze en vastgeroeste maatschappij en zoeken
alternatieven. De muziek van deze generatie
weerspiegelt de drang naar vrijheid, naar
vernieuwing, naar grenzen verleggen.
In Engeland maken de jongeren kennis met o.a. Pink
Floyd en Soft Machine, bands die in de UFO-club urenlang
improviseren en die de op de grond liggende
luisteraars onderdompelen in een bijzondere
combinatie van licht (de vloeistofprojecties van
Mark Boyle) en geluid.
Een muzikale reactie in Nederland, een land dat qua
ontwikkeling in deze periode vaak voorop loopt en
bekend staat als tolerant, kan natuurlijk niet
uitblijven. De jongeren zijn toe aan tegenhangers
van het top40-genre dat in deze periode gedomineerd
wordt door Beatles, Bee-Gees, Cliff Richard en
zangers van het Nederlandstalige levenslied. Het
antwoord komt van Supersister.
De
geschiedenis van Supersister begint in 1965 het
Grotius College in Den Haag. Dummer Marco Vrolijk
heeft een schoolband genaamd ‘the Blubs”. De band
bestaat uit Marco en vrienden Arnold Slagter
(theekist-bas) en Gerhard Smid (gitaar, klarinet,
zang). Robert-Jan Stips zit ook op deze school en
staat bekend als eeuwige winnaar van alle culturele
wedstrijden. Hij heeft al pianoles vanaf zijn vijfde
en geeft meer dan eens blijk van een enorm talent.
Toch is Robert-Jan vereerd met het verzoek van Marco
om in The Blubs te komen spelen.
De
band oefent op zolder bij Marco thuis en geeft her
en der optredens. Die zijn vooral voor Robert-Jan
vaak bijzonder, omdat er zelden een piano aanwezig
is. In dat geval zingt hij of speelt mondharp.
In 1966 wordt de groep uitgebreid met Theo Nijenhuis
op gitaar uitgebreid tot vijf personenen en wordt de
naam veranderd in ‘Q-Provocation’, later kortweg
‘Provocation. In deze periode werkt Robert-Jan voor
Morgenstond, een bedrijf dat ballet en operettes
verzorgt. Van zijn salaris koopt hij een orgel.
Provocation heeft een eigen manager in de persoon
van Bart Spoelstra die op eigen verzoek, de
muziekscene verandert voor hem te snel, wordt
vervangen door Dick Zwikker.
Begin ’66 speelt steeds regelmatiger een nieuwe
bassist mee: Ron van Eck. Hoogtepunt dat jaar is het
optreden in de tuin van Paleis Soestdijk tijdens de
verjaardag van koningin Juliana. De pers schrijft:
“Beat muziek in paleistuin!”
In 1967 verlaat Theo de band en komen er twee nieuwe
leden bij: Sacha van Geest (fluit) en Rob Douw
(trompet, speelgoed en zang). Rob brengt de
alternatieve scene en hippie-invloeden in de band en
drukt daarmee een behoorlijk stempel op de toekomst.
De groep bestaat nu dus uit zes personen: Sacha, Ron,
Marco, Gerhard, Rob en Robert-Jan. De groepsgeest is
groot, wat blijkt als Robert-Jan’s orgel gestolen
wordt. Iedereen draagt bij aan een nieuw en beter
orgel.
De band zoekt naar nieuwe muzikale wegen, ze spelen
een soort ‘ondergrond-muziek’ en voegen tijdens
concerten dichters, dansers, bodypainters en een
lichtshow toe. De invloed van met name Soft Machine
is groot; de geluiden die Robert-Jan uit zijn nieuwe
orgel haalt lijken direct afgeleid van die van Mike
Ratledge (fuzz, wah-wah).
Rob Douw probeert in Den Haag een gigafantastische
space-out happening te organiser en onder de naam
“Sweet OK Supersister”. De happening gaat niet door,
maar
de naam blijft hangen en wordt gebruikt als nieuwe
groepsnaam. Later afgekort tot Supersister.
Eind 1969 willen Robert-Jan, Sacha, Ron en Marco
graag verder met muziek. Rob en Gerhard
willen iets anders gaan doen. Hierdoor wordt de band
een kwartet.
De
vier leden zetten in Den Haag, naar voorbeeld uit
Amsterdam, een underground-club op: Provadya?. In de
club kan iedereen musiceren en treedt Supersister
als huisband elk zondagavond op. Er is gelegenheid voor
poezie, dans, theater, film, etc. Peter Sjardin van
Group 1850 neemt een keer
zijn manager/platenbaas
Hugo Gordijn mee. Hugo neemt op zijn beurt Hans van Oosterhout, producer, mee. Beiden zijn onder indruk van
Supersister en bieden aan in de lente van 1970 een
single uit te brengen. Dat bleek niet zo
gemakkelijk, de band speelde voornamelijk lange
stukken en moest nu terug naar een minuut of drie.
Hugo en Hans hadden het idee om een rustige of juist
een heftige plaat te maken. Uiteindelijk werd het
een mengeling van die twee en werd She Was
Naked/Spiral Staircase de eerste Supersisterplaat.
In juni speelt de band op het Holland Pop Festival
in Kralingen (Stamping Ground - bekend al het Europe se
Woodstock-festival). She Was Naked wordt een
zomerhit en bereikt de elfde plek in de Top 40.
Middels contacten van disc-jocky Willem van
Kooten
en platenbaas Fred Haayen tekent Supersister een
contract voor een eerste elpee bij Polydor Records.
Maar eerst moest er nog een nieuwe single gemaakt
worden. Dat werd Fancy Nancy/Gonna Take Easy. Een
zeer vreemde plaat: de muziek in parodie Elvis
stijl, de titels verwisseld. De enige reactie was
die van verbazing, succes bleef uit. Dat was
gelukkig anders voor de in vier nachten onder
leiding van Hans van Oosterhout opgenomen lp:
Present from Nancy.
De
plaat bevat vier lange stukken en het korte
Corporation Combo Boys.
De hoes is allesbehalve uitnodigend: zwart met de
Superzussen in een soort spagaat op de voorkant en
op de achterzijde in een afgebrand
bos. De binnenhoes is
voorzien van stripfiguren alsmede teksten als: We’re not Perfect, We’re not Original, So If I were You I
shouldn’t Buy this Record. Daarnaast de prangende
vraag: Who is Nancy?. Voor de mensen die zich nog
niet hebben af laten schrikken is de muziek een
soort ontdekkingsreis: lange stukken, nauwelijks
zang, farfisa-orgel, fuzz-bas, ijle fluitsolo's,
kerkkoor, supersnelle drumriffs. Dromerig, maar ook
aards, serieus maar steeds met een humoristische
ondertoon. Ron zorgt voor de teksten, Robert Jan
voor muziek.
Present
from Nancy is de opener en bestaat uit twee stukken:
Introduction/Present from Nancy. Het begint met een
bijna Zuidamerikaanse slagwerkintro en heeft een
lichtvoetig karakter. Nancy begint met fuzzbas en
heeft een lange fluitsolo. Het tweede stuk, Memories
Are New (Boomchick), bestaat uit drie delen:
Memories Are New,
11/8 en
Dreaming Wheelwhile. Memories heeft de eerste vocalen:
"I sit and wonder
why time is passing by… Try
to live in the past…",
maar al snel wordt het een spacey nummer met
geluidseffecten. 11/8 zet je met een fuzzorgel weer
op de grond om echter meteen in nog hoger sferen te
komen met Dreaming Wheelwhile. Het is het eerste wat
langzamere stuk met een prachtige fluitsolo en is de
geest van Erik Satie duidelijk aanwezig. Eind van de
eerste lp-kant. Kant 2 begint met het Zappa-achtige
Corporation Combo Boys, compleet
me Wild Man Fisher uithaal en gastoptreden van
Gerhard Smit op gitaar. Metamorphosis bestaat ook uit
drie stukken: Mexico, Metamorphosis en
Eight Miles
High. Mexico klinkt als het intro van een film en
eindigt als een stuk van een rustig lied. Metamorphosis verstoort die rust met een
fuzzbas-solo. Eight Miles High and the living is
Easy is de korte (0:20) slotboodschap en opnieuw
gaan we ‘zweven’ met Dona Nobis Pacem, een stuk van
Hans van Oosterhout en Supersister. Een Gregoriaans
begin brengt de muziek into space met fluit en
echo-effecten. Maar dat is schijn want dan komt er
plotseling een krankzinnig riedeltje op het orgel
met clavecimbel-effect en eindigt de droom in een
enorme slag op de gong. Tijd voor iets nieuws?
Paul Lemmens
|